Home Mama & Kind Zwangerschapsdagboek deel 12: “Ik doe mijn best, maar vindt het best heftig”

Zwangerschapsdagboek deel 12: “Ik doe mijn best, maar vindt het best heftig”

written by Barbara de Vries
Zwangerschapsdagboek deel 12: “Ik doe mijn best, maar vindt het best heftig”

Het is maandagmiddag als we tegenover de gynaecoloog zitten in het ziekenhuis. Ik ben inmiddels 23 weken zwanger en zó moe. We hebben net een groeiecho gehad en de resultaten hadden beter kunnen zijn. De tweeling hoort bij de kleinste 5% van alle kindjes.

De arts kijkt vragend me aan. “Dus je werkt nog?” Ik knik en mijn ogen vullen zich met tranen. “Ik doe mijn best, maar ik vind het best heftig.” hoor ik mezelf zeggen. Dat is nogal een understatement, maar er is nog geen vervanger en naar mijn idee loopt alles in de soep als ik nu zou stoppen. “Als ik zo naar je kijk denk ik dat je zelf ook wel weet dat dit eigenlijk al een tijdje niet meer gaat.” Hoe hij het doet weet ik niet, het heeft vast iets met ervaring te maken, maar hij ziet precies hoe de vork in de steel zit.

Het loslaten van mijn werk valt me zwaarder dan ik had gedacht. Ik wil mijn werk goed afronden. Ik heb zo hard gewerkt aan het opzetten van bepaalde projecten, wil overal van op de hoogte zijn. En nu gaat het niet. Ik kan niet voldoen aan mijn eigen kwaliteitsstandaard en eerlijk gezegd: that sucks. Na een werkdag ben ik uitgeput, de dagen thuis met ons peutermeisje komen daardoor nog harder aan. Ik heb veel harde buiken en loop op mijn tandvlees. De gynaecoloog kijkt me aan: “Waar jij én die twee kleintjes behoefte aan hebben is rust. Ook als je thuis bent werkt je lichaam, en wel 24 uur per dag. Ze zijn klein en moeten groeien. Al jouw energie is nu nodig voor hen.”

Een paar dagen later zit ik bij de Arbo-arts en vertel haar wat de gynaecoloog heeft gezegd. “Het voelt alsof ik mijn werk en mijn collega’s in de steek laat”, zeg ik. Ze kijkt me aan. “Tja, nouja, beter dat dan je kinderen in de steek laten. Toch?” Een beetje beschaamd kijk ik naar mijn handen die op mijn schoot liggen. Touché. Dat had ik eigenlijk zelf ook moeten bedenken. “Nou,” zegt ze, “het is klaar met jou, met werken. Je mag nog een overdracht schrijven en een keer gedag zeggen en je vervanger inpraten maar dan is het afgelopen.” Ik voel een zware last van mijn schouders glijden.

Anderhalve week later, ik ben op mijn werk en kijk om me heen. Ik pak mijn jas van de kapstok en rits mijn jas dicht. Het is maar goed dat we het voorjaar ingaan, want mijn winterjas kan nog maar net om mijn steeds dikker wordende buik heen. Ik kijk om me heen. Het is een gek idee om hier een hele tijd niet te gaan komen. Het was een lange laatste dag. Mijn vervanger – ze kon gelukkig eerder beginnen – heb ik ingepraat, iedereen gedag gezegd, afwezigheidsmelder op mijn mail aangezet. Het is goed zo.

Dag werk, tot over een paar maanden. Ik ga thuis broeden.

(Visited 258 times, 1 visits today)

You may also like

Leave a Comment